“There is nothing to writing. All you do is sit down at a typewriter and bleed.” ― Ernest Hemingway

Blog | Column | Artikel



Een kans

Hoeveel minuten passen er in een uur? Zestig. Soms voelt het als vier keer zoveel, soms vliegt een uur in vijf minuten voorbij. Tijd is iets raars, net zoals leeftijd iets raars is. Ik word dit jaar achtentwintig en ben nog nooit eerder zo dicht bij de dertig geweest, dat is een mijlpaal op zich moeten we maar denken. Voel ik me zo? Op sommige momenten voel ik me achttien, of tachtig, en soms gedraag ik me met verve als een klein kind…

Je bent zo oud als je je voelt. Fout. Je bent zo oud als het aantal jaren, het aantal minuten, dat je op deze aardbol verkeert. Kan je je ouder voelen? Zeker. Vooral op zondag maar ook in diepere zin. Ik geloof (niet in heel veel dingen) in het kunnen hebben van een oude ziel, ik geloof dat we ‘hier’ niet voor het eerst zijn, of voor het laatst. Of waar dan ook. Dat zou raar zijn toch, een unieke, eenmalige intelligente aanwezigheid, “poef” en weg ben je. Alsof je nooit bestaan hebt, niets achterlatend.

Ik zeg het tegenwoordig steeds vaker, vooral op momenten waar je een (al dan niet lastige) keuze moet maken. “Je leeft maar een keer dus zorg dat het de moeite waard is.” Dat is een leeftijdsdingetje denk ik, ervaring die is aan komen waaien. Maar het is iets waar ik van overtuigd ben en waarvan ik hoop dat jongere generaties het eerder oppikken dan ik (lees: mijn zusjes van achttien). Als ik, toen ik nog een semi-strakgetrokken tiener was, had geweten dat de tijd zo snel zou gaan, had ik dubbel zoveel gedaan en genoten. Dat is haast onmogelijk want mijn weken hadden, en hebben, altijd te weinig dagen en de uren te weinig minuten, maar toch. Het gaat om het genieten, het beleven en meemaken, écht actief aanwezig zijn en het ‘vergroten en verbreden’ van jezelf.

Filosofie komt, net als rimpels, ineens opzetten met de jaren, daar kom je dan zo’n beetje achter tegen het einde van je twintiger jaren. Laatst dacht ik na over de functie van alles dat we om ons heen zien, de cirkel van de natuur voor de dieren voor de mensen voor de techniek enz. En toen dacht ik, wat is mijn plaats hier, wat is mijn functie behalve iemand ‘zijn’? Ik wil toch wel wat achterlaten, als dit echt mijn enige kans is om het goed te doen, al is het maar een onuitwisbare indruk.

Wat laat jij achter?